Johan van der Veecken (1549 – 1616)

 

Johan van der Veecken was geen geboren Rotterdammer, maar een immigrant uit Mechelen, die na enkele jaren in Antwerpen gewoond te hebben, zich in 1583 in Rotterdam vestigde.
Zijn vader was een rijke haringkoopman in Mechelen en zijn broer Hendrik was huidevetter of leerlooier van beroep. Hendrik vertrok eerder dan Johan naar het Noorden. Na in Mechelen het burgemeestersambt te hebben bekleed trad hij al in 1575 op als burgemeester van Den Briel. In 1586 werd hij als poorter van Rotterdam ingeschreven.

Johan van der Veecken verliet Antwerpen in 1583 (en wordt poorter van Rotterdam op 29-11-1583), waarschijnlijk omdat hij de belegering en de overgave van de stad aan de Spanjaarden (door de Hertog van Parma) in 17-08-1585, aan zag komen.

 

Als vermogend koopman, reder en bankier nam hij in Rotterdam al snel een vooraanstaande positie in. Zijn handelsbelangen waren wereldwijd.
In het Pruisische Koningsbergen kocht hij bijvoorbeeld hout, tarwe en vlas dat hij in Bordeaux en in 'Vianen', Viana do Castelo in Portugal, weer verkocht. Ook stuurde hij talrijke schepen met graan naar Genua en Venetië toen de graanprijzen in Italië door grote tekorten sterk stegen. Bovendien nam hij deel aan de in die tijd zo belangrijke haringhandel.

De handelsactiviteiten van Johan van der Veecken bleven niet tot Europa beperkt. Zijn schepen zeilden ook naar Guinea, West-Indië en Peru en als één van de eerste Nederlanders was hij geïnteresseerd in de handel op Oost-Indië. In 1598 was hij namelijk mede-financier van een expeditie van vijf schepen die via de Staat van Magallanes Oost-Indië probeerden te bereiken, onder leiding van Olivier van Noort. Ondanks de mislukking van deze tocht bleef Van der Veecken bij de Oostindische handel betrokken en in 1602, bij de oprichting van de VOC werd hij tot bewindhebber benoemd.

 

Bewindhebbers van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) waren meestal vermogende heren, die een minimum kapitaal aandeel hadden in de kamer. De functie van bewindhebber was meestal een belangrijke eindstap in de carrière van een lid van de Rotterdamse elite. Zij speelden een belangrijke rol in het Rotterdamse politieke, sociale en culturele leven. Dit kwam ook tot uitdrukking in de huisvesting van de bewindhebbers.

Velen lieten grootse buitenverblijven bouwen, anderen kochten voorname panden aan, zoals Johan van der Veeken (1548-1616), de van oorsprong Antwerpse mede-oprichter van de Rotterdamse Kamer .


 

Van der Veecken was oprichter en bewindhebber van de Kamer Rotterdam van de VOC. Hij vergaarde een van de grootste vermogens van de Republiek. Zijn ondernemingszin wordt nog steeds als voorbeeld gesteld aan ondernemers in Rotterdam. De stad Rotterdam eert de verdienstelijksten onder hen met de Johan van der Veeckenpenning. Zo werd een Zuid-Nederlandse immigrant het icoon van de handelsstad Rotterdam.



 

Rekenpenning van Johan van der Veecken

 

Behalve reder en koopman was Van der Veeken ook bankier en geldschieter, onder andere voor de Staten-Generaal, de Staten van Holland en voor de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt. Zijn rijkdom kwam onder andere tot uiting in het schitterende huis dat hij te Rotterdam aan de Hoogstraat liet bouwen en in de heerlijkheden Capelle aan de IJssel en Nieuwerkerk die hij in 1612 aankocht.

 

In 1605 kwam de Prinslandse Polder (die vanaf 1649 Oud Prinslandse Polder zou gaan heten) gereed. Al voordat de bedijking was afgerond was er al grond verkocht aan onder anderen François van Aerssen, Johan van der Veecken (koopman te Rotterdam), Johan van Oldenbarneveldt (1547 – 1619, raadspensionaris), Mr. Elias van Oldenbarneveldt (pensionaris van Rotterdam). De verkoping van de gronden werd gehouden in herberg den Eenhoorn in ’s Gravenhage.

 

Zijn rijkdom kwam onder andere tot uiting in het schitterende huis dat hij te Rotterdam aan de Hoogstraat liet bouwen en in de heerlijkheden Capelle aan de IJssel en Nieuwerkerk die hij in 1612 aankocht van Carel van Arenbergh, heer van Zevenbergen.

In Capelle liet hij op het terrein van het oude slot een geheel nieuw kasteel optrekken met torens, grachten en ophaalbruggen.

 

Johan van der Veecken's Slot Capelle, herbouwd in 1612 later eigendom van Aegidius Groeninx

 

Johan van der Veeken is nooit lid van de Vroedschap geworden omdat hij Rooms-Katholieke bleef. Op het slot van Capelle richtte hij bijvoorbeeld een grote zaal als katholieke kerk in en dankzij hem werden er in Rotterdam weer geregeld katholieke diensten gehouden.

Van der Veeken overlijdt op 26 augustus 1616 te Rotterdam. Bij zijn begrafenis op 3 september werd de klok maar liefst elf en een half uur geluid. Een waardig afscheid van een man die veel bijgedragen had aan de economische opbloei van Rotterdam. Om een idee te geven van zijn rijkdom: Johan van der Veecken liet een vermogen na van 100.000 Vlaamse ponden wat in die tijd (1616) gelijk stond aan 600.000 Nederlandse guldens.

 

portret Johan van der Veecken